Projecten en activiteiten van de Stichting RAAP

2017

DronesPrijsvraag Stichting RAAP 2017
Winnende project: ‘Gebruik van drones in de archeologie’


Bijna al het archeologisch onderzoek in Nederland is gekoppeld aan de Wet op de ruimtelijke ordening. Dat leidt enerzijds tot allerlei verplicht archeologisch onderzoek, anderzijds worden interessante projecten waar geen omgevingsvergunning aan ten grondslag ligt nauwelijks uitgevoerd. Zo missen we volgens de stichting RAAP een belangrijk kennis- en ontwikkelingspotentieel. Vandaar dat een prijsvraag is uitgeschreven die past bij de doelstelling van de stichting, namelijk het bevorderen van onderzoek en de verspreiding van kennis op het terrein van de archeologie, de overige cultuurhistorie en de landschapsgenese.

Uit 12 inzendingen met uiteenlopende voorstellen voor innovatieve producten en onderzoeksmethoden en aansprekende publieksparticipatie, koos de jury als het winnende project een onderzoek naar het gebruik van drones in de archeologie. De inzenders van het voorstel, een team medewerkers van de vestiging RAAP West-Nederland, ontvingen op 15-11-2017 uit handen van de voorzitter van het stichtingsbestuur 45.000 euro om het project te realiseren.

In het winnende project gaat het om het zoeken naar een manier om drones op zinvolle wijze in te zetten in het reguliere archeologisch onderzoek. Drones worden - ondanks diverse beperkingen - meer en meer gebruikt voor verschillende archeologische doeleinden, met name ook in de buitenlandse archeologie. De onderzoekers zullen testen waar drones bij onderzoek in Nederland en België ingezet kunnen worden. Zij richten zich vooral op het (verder) testen van drones bij het maken van vlaktekeningen, bij geofysisch onderzoek zoals infrarood, grondradar en magnetometeronderzoek, en op spoorherkenning bij karteringen in moeilijk toegankelijk gebied.

2015

Rapport 2240Indicatieve Kaart Militair Erfgoed


De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) is ontwikkeld op initiatief van de Stichting RAAP en staat per 21 mei 2015 online op www.ikme.nl. Deze digitale kaart geeft voor Nederland een landelijk overzicht op een kleine schaal van de (verwachte) ligging van resten van bovengronds en ondergronds militair erfgoed. Hoewel ondergrondse resten van oorlog en defensie steeds meer aandacht krijgen, is de verwachte ligging van dergelijke resten vaak niet goed bekend bij degenen die zich bezig houden met erfgoed en ruimtelijke plannen. De IKME voorziet in een integraal, afgewogen landelijk overzicht van dit militaire erfgoed. Hiermee wordt een eerste stap gezet op weg naar een toetsingskader voor waardering en selectie van militair erfgoed, met als doel een effectievere bescherming hiervan.
De kaart is beschikbaar voor iedere geïnteresseerde, van plantoetsers, beleidsmakers en terreinbeheerders tot particulieren. Iedereen kan meehelpen de kaart verder in te vullen. In versie IKME1.0 is de tijdlaag Tweede Wereldoorlog ingevuld. Het is de intentie om de kaart met meer tijdlagen in te vullen, van de Romeinse Tijd tot en met de Koude Oorlog. IKME is gemaakt door RAAP Archeologisch Adviesbureau in samenwerking met de Stichting Menno van Coehoorn, het Nederlands Instituut voor Militaire Historie en Saxion Archeologie.

2011

RAAP-Rapport 2525Publicatie 'Wie wat bewaart, die heeft wat', Kanttekeningen bij de werking van de Wet op de archeologische monumentenzorg | Auteurs: drs. Ivar Schute, drs. Marten Verbruggen en Mirjam Lobbes | RAAP-rapport 2525 | Uitgever: RAAP , Weesp, november 2011


Op 1 september 2007 trad de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in werking, met als doel een betere bescherming van het archeologisch erfgoed in de bodem. In 2011 liet het ministerie van OCW de wet evalueren door bureau RIGO. Het evaluatierapport bevatte echter geen kwantitatieve gegevens over het behoud van vindplaatsen en de Raad voor Cultuur adviseerde daarnaar onderzoek te laten doen. Anticiperend op deze uitkomst deed RAAP op eigen initiatief onderzoek. Van maar liefst 1979 eigen rapporten uit de periode 1-9-2007 tot 1-5-2011 werd uitgezocht in welke mate na een archeologisch vooronderzoek gekozen is voor het behoud, opgraven of ongezien verloren laten gaan van vindplaatsen. Van elke tien waardevolle archeologische vindplaatsen is in zeven gevallen geadviseerd deze in de bodem te behouden. In vier gevallen (38,2%) is dit advies gevolgd, in de andere gevallen is voor opgraven gekozen. Het evaluatierapport van RIGO ging uit van 20% vindplaatsen behouden in de bodem. Met het RAAP onderzoek kon dit percentage ruim naar boven worden bijgesteld, met als conclusie dat de Wamz een enorme stimulans is voor de archeologische monumentenzorg.

Het rapport is gepresenteerd op 17-11-2011 tijdens het Symposium ‘Op weg naar een landschap met een verleden’ dat mede ter gelegenheid van het afscheid van bestuursvoorzitter Tom Bloemers werd georganiseerd, bij en met medewerking van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Voor meer informatie: link

2012

Proefschrift Theo ten AnscherProefschrift ‘Leven met de Vecht. Schokland-P14 en de Noordoostpolder in het Neolithicum en de Bronstijd’ Auteur: T.J. ten Anscher. Academisch Proefschrift ter verkrijging van de graad van doctor aan de Universiteit van Amsterdam, verdedigd op 25 januari 2012. Hier heeft de stichting RAAP een bijdrage aan geleverd.


Theo ten Anscher deed onderzoek naar de bewoningsgeschiedenis tussen circa 4900 - 1500 voor Chr. van de belangrijkste archeologische vindplaats in de Noordoostpolder: Schokland-P14.. De langdurige bewoning, de relatief goede conservering en de aanwezigheid van bijna alle voor de Noordoostpolder kenmerkende afzettingen maken P14 tot de sleutelvindplaats voor het gebied. Na de ontdekking in 1957 zijn tussen 1982 en 1990 grote delen ervan opgegraven door het IPP van de Universiteit van Amsterdam. Behalve aardewerkanalyse was ook de lithostratigrafie van groot belang om de bewoningsgeschiedenis van P14 te ontrafelen. Dankzij dit onderzoek kon de Swifterbantchronologie verbeterd en de laatste lacunes in het Noord-Nederlandse Neolithicum opgevuld worden. Het resultaat is een standaardboek voor het aardewerk uit de periode Neolithicum tot en met de Vroege Bronstijd voor Noord-Nederland. Het proefschrift is opgedragen aan dr. Jan Albert Bakker (Universiteit van Amsterdam) en de promotor ervan was prof. dr. J.H.F. Bloemers, bestuurslid van de stichting RAAP.
Zie ook: http://dare.uva.nl/record/407020

2005

RAAP 20 jaarPublicatie ‘Van het land naar de markt. 20 jaar RAAP en de vermaatschappelijking van de Nederlandse archeologie (1985-2005)’ | Auteur: Martijn Eickhoff | Uitgever: RAAP Archeologisch Adviesbureau, Amsterdam mei 2005 | ISBN: 90-5372-113-4


De publicatie ‘Van het land naar de markt’ is in 2005 verschenen ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van RAAP. Hierin beschrijft historicus Martijn Eickhoff de opkomst van de commerciële archeologie tegen de achtergrond van een veranderend archeologiebestel. De geschiedenis van RAAP is geheel vervlochten met deze periode in de Nederlandse archeologie. Het boek is meer dan een bedrijfsgeschiedenis van Nederlands oudste archeologische bedrijf. Er is ruime aandacht voor de geschiedenis van de Landesaufnahme in Nederland, de ontwikkeling van het archeologiebestel vanaf 1985 en de wijze waarop vanaf 1992 uitvoering is gegeven van het Verdrag van Malta. De organisatie van de archeologiebeoefening blijkt in 20 jaar ingrijpend gewijzigd, en de ontwikkeling van publiek naar privaat was nauwelijks te voorspellen.

Het boek is op 26 mei 2005 tijdens het RAAP-symposium 'U, wij en zij-van-toen. Archeologie tussen publiek en privaat' in De Eenhoorn in Amersfoort overhandigd aan de directeur cultureel erfgoed van het Ministerie van OCW. Voor meer informatie: link

1990

Symposium RAAPSymposium Cultuurhistorie en Milieu in 2015. Op weg naar een landschap zonder verleden?


Het symposium ‘Cultuurhistorie en Milieu in 2015. Op weg naar een landschap zonder verleden?’ werd op 1 maart 1990 in Ede gehouden, ter gelegenheid van het vijfjarig bestaan van de Stichting RAAP. WVC minister drs. Hedy d’Ancona opende het congres, er waren lezingen van prof. dr. H.T. Waterbolk, drs. A.J. Haartsen, drs. A.R. Wolters, Ir. J. de Vos, mr. J.G. van Burk, drs. R.W. Brandt, en er was een forumduiscussie o.l.v. prof.dr. J.H.F. Bloemers. In vrijwel alle voordrachten speelden ruimtelijke kaders en het cultuurlandschap een centrale rol. Het symposium kon worden verwezenlijkt door subsidies van het ministerie van LNV, de Rijksdienst ROB, het IPP van de Universiteit van Amsterdam. De stichting Nederlands Museum voor Anthropologie en Praehistorie te Amsterdam verleende een belangrijke bijdrage voor de uitgave van het congresverslag (auteurs: J.H.F. Bloemers, C.W. van Pelt, F.A. Perk, oktober 1990)

1990

Archeologiche monumentenwachtOprichting van de Archeologische Monumentenwacht in 1990


De Archeologische Monumentenwacht werd opgericht vanuit de stichting RAAP om de conditie van archeologische monumenten te controleren en praktisch advies en voorlichting te geven voor onderhoud of herstel. De Monumentenwacht, die dankzij subsidie van het Prins Bernard kon starten, beoogde een bijdrage te leveren aan het in stand houden van zichtbare en niet-zichtbare archeologische monumenten voor toekomstige generaties. In 1991 werd de Archeologische Monumentenwacht verzelfstandigd in een aparte stichting. Met name eigenaren en beheerders van een terrein met een archeologisch monument konden bij deze stichting terecht.