Beknopte geschiedenis van de stichting RAAP

De stichting RAAP (voluit Regionaal Archeologisch Archiverings Projekt) is in 1986 opgericht vanuit het Albert Egges van Giffen Instituut voor Pre en Protohistorie (IPP) van de Universiteit van Amsterdam. Destijds was de helft van het oprichtingsbestuur werkzaam bij het IPP. Naast de voorzitter prof. dr. J.H.F. Bloemers (hoogleraar culturele prehistorie en archeologie van de Romeinse tijd) waren dat secretaris-penningmeester drs. B.L. van Beek (wetenschappelijk hoofdmedewerker) en drs. R.W. Brandt (universitair docent).

Het oorspronkelijke doel van de stichting was tweeledig. Allereerst was er het wetenschappelijk-archeologische streven naar een betere zorg voor de overblijfselen uit de pre- en protohistorie. Kerntaak daarbij was het systematisch opsporen van deze resten in het landelijk gebied, om zo informatie te verkrijgen over de bewonings- en ontginningsgeschiedenis. Daarnaast stelde de stichting baanloze archeologen in de gelegenheid werkervaring op te doen.

Rapport 2240Inkomsten verwierf de stichting uit subsidies, donaties en opbrengsten uit activiteiten zoals het uitvoeren van non-destructief veldwerk. Voor het eerste prospectieonderzoek, uitgevoerd in de Zuid-Hollandse polder Krimpenerwaard, stelde de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (thans RCE) financiƫle middelen beschikbaar. Tussen 1985 en 1992 voerden de medewerkers van de stichting grootschalige inventarisaties (karteringen en waarderingen) uit in opdracht van de Landinrichtingsdienst en Staatsbosbeheer.

Met haar rapportages leverde de stichting een gewaardeerde bijdrage aan de archeologische monumentenzorg. Door de wetenschappelijke behoefte om het resterende bodemarchief zo goed mogelijk te bewaren, groeide het besef dat beleidsmakers daarvoor een beter instrumentarium nodig hadden. Zo ontwikkelde de stichting RAAP mede de eerste archeologische voorspellingskaarten en het informatiesysteem ARCHIS. De sterke band met de universitaire wereld bleef bestaan. In 1992 traden de hoogleraren archeologie L.P. Louwe Kooijmans (Universiteit Leiden, Instituut voor Prehistorie) en H.R. Reinders (Universiteit Groningen) tot het stichtingsbestuur toe. Eerder, in 1989, was ROB directeur W.J.H. Willems toegetreden.

De geschiedenis van de stichting RAAP is nauw vervlochten met de vermaatschappelijking van de Nederlandse archeologie. Het Verdrag van Malta (1992) luidde een cultuuromslag in het archeologiebestel in. Er ontstond een archeologische markt. In 1991 ontving de stichting RAAP al geen subsidie meer van het Arbeidsbureau GAB Amsterdam. Kort daarop vielen ook andere subsidies weg. Om voort te bestaan was het niet meer mogelijk om louter wetenschappelijke doelen te dienen. Het contractonderzoek werd ondergebracht in een afzonderlijke BV met de stichting als enig aandeelhouder. De stichting RAAP opereert zonder winstoogmerk en biedt ruimte aan diverse initiatieven zoals wetenschappelijke publicaties, studies gericht op maatschappelijke archeologische onderwerpen en het organiseren van symposia.